Binnen veel warehouses wordt productiviteit regelmatig gekoppeld aan snelheid. Hoe sneller een truck rijdt, hoe sneller goederen worden verplaatst en hoe hoger de output. Op papier klinkt dat logisch.

Toch blijkt de werkelijkheid vaak minder eenvoudig.

In de praktijk zie ik regelmatig elektrische pallettrucks die op de maximale snelheid zijn ingesteld. Chauffeurs rijden met hoge snelheid door magazijnen, laad- en loszones en staginggebieden. Vaak met de overtuiging dat dit noodzakelijk is om het werk gedaan te krijgen.

De vraag is alleen of die extra snelheid daadwerkelijk zoveel oplevert.

De rekensom achter topsnelheid

Op papier lijkt het verschil tussen 8 km/u en 12 km/u aanzienlijk. De truck rijdt immers 50% sneller. Daardoor ontstaat al snel de indruk dat ook de productiviteit fors zal toenemen.

Maar een truck rijdt zelden langdurig op topsnelheid.

Zeker rondom laad- en losdocks bestaan werkzaamheden grotendeels uit optrekken, afremmen, sturen, positioneren en manoeuvreren. Een chauffeur rijdt een trailer in, pakt een pallet op, rijdt terug, zoekt ruimte in een staginggebied en herhaalt dit proces tientallen keren per dag.

De afstand waarop daadwerkelijk met maximale snelheid gereden kan worden, is vaak verrassend beperkt.

Wanneer een chauffeur bijvoorbeeld ongeveer 30 meter aflegt tussen een trailer en een staginglocatie, bedraagt het theoretische verschil tussen 8 km/u en 12 km/u slechts enkele seconden per rit. Zodra ook optrekken, afremmen en positioneren worden meegenomen, wordt dat verschil nog kleiner.

Dat roept een interessante vraag op.

Als de werkelijke tijdswinst beperkt blijft tot enkele seconden per beweging, welke prijs wordt daar dan voor betaald?

De prijs van hoge snelheid

Hogere snelheden zorgen voor meer belasting van materieel. Wielen slijten sneller, chassis krijgen meer te verwerken en docklevellers worden harder belast. Iedereen die regelmatig in warehouses komt, kent het geluid van een pallettruck die met hoge snelheid een trailer inrijdt of een laadbrug passeert.

Dat geluid is niet alleen hoorbaar.

Het is vaak ook een teken dat onderdelen zwaarder worden belast dan noodzakelijk. Een sluipende kostenpost die past in het rijtje verspilling die niemand ziet.

Daarnaast neemt het energieverbruik toe. Batterijen worden intensiever belast, moeten vaker worden geladen en kunnen daardoor sneller slijten. In sommige gevallen raken accuplaten zelfs beschadigd doordat de loodvulling loskomt. Op zichzelf lijkt dat misschien beperkt, maar op jaarbasis kan het verschil aanzienlijk zijn wanneer een complete vloot structureel op hogere snelheden wordt ingezet.

Minstens zo belangrijk is de impact op de bestuurder.

Wie dagelijks honderden keren moet optrekken, afremmen, drempels passeert en laadbruggen op- en afrijdt, krijgt te maken met een continue fysieke belasting. Rug, nek, schouders en knieën vangen deze krachten iedere dag opnieuw op. Dat effect wordt vaak onderschat omdat het niet direct zichtbaar is.

Snelheid als cultuur

Wat mij daarbij opvalt, is dat veel chauffeurs daadwerkelijk geloven dat zij zo snel mogelijk moeten werken. Wanneer je daarover in gesprek gaat, blijkt die verwachting lang niet altijd expliciet uitgesproken te zijn.

Vaak is het simpelweg onderdeel geworden van de cultuur.

Mensen zien collega's snel rijden en nemen aan dat dit de norm is. Nieuwe medewerkers nemen dat gedrag over en na verloop van tijd ontstaat het idee dat snelheid gelijkstaat aan productiviteit.

Terwijl die relatie lang niet altijd bestaat. Net zoals drukte niet hetzelfde is als efficiëntie, is snelheid niet hetzelfde als output.

Gedrag én techniek

De uitdaging voor organisaties is daarom niet alleen technisch, maar vooral gedragsmatig. Hoe zorg je ervoor dat medewerkers begrijpen wanneer snelheid daadwerkelijk waarde toevoegt en wanneer niet?

Sommige organisaties kiezen voor training, coaching en bewustwording. Andere organisaties maken gebruik van snelheidsbegrenzingen of systemen die voertuigen automatisch afremmen in specifieke zones.

Welke aanpak het beste werkt, verschilt per situatie.

Wat vrijwel overal hetzelfde is, is dat maximale snelheid niet automatisch leidt tot maximale productiviteit.

De belangrijkste vraag is daarom niet hoe hard een truck kan rijden.

De belangrijkere vraag is hoeveel waarde die extra snelheid daadwerkelijk toevoegt aan de operatie.

Want wanneer de tijdswinst beperkt is, terwijl de risico's, slijtage, energiekosten en fysieke belasting toenemen, kan langzamer rijden uiteindelijk de meest efficiënte keuze blijken te zijn.

Veelgestelde vragen

Hoeveel tijdswinst levert sneller rijden echt op?

Vaak slechts enkele seconden per rit. Over een typische afstand van 30 meter is het theoretische verschil tussen 8 en 12 km/u minimaal, en met optrekken, afremmen en positioneren erbij wordt het nog kleiner.

Wat zijn de nadelen van hoge rijsnelheden in het warehouse?

Hogere slijtage van wielen, chassis en docklevellers, hoger energieverbruik en snellere batterijslijtage, meer veiligheidsrisico en een continue fysieke belasting voor de bestuurder.

Hoe verander je een cultuur van te snel rijden?

Combineer bewustwording en coaching met technische maatregelen zoals snelheidsbegrenzing of zonegebonden afremmen. Belangrijk is het gesprek over wanneer snelheid wél en niet waarde toevoegt, want vaak blijkt die verwachting nooit expliciet uitgesproken te zijn.

Over de auteur

Sjef Kerkvliet

Sjef Kerkvliet is oprichter van OctaFlow en heeft meer dan 15 jaar ervaring binnen intralogistiek, warehouse optimalisatie en intern transport. Vanuit zijn praktijkervaring helpt hij organisaties bij vraagstukken rondom goederenstromen, procesverbetering, magazijninrichting, automatisering en operationele efficiëntie.

Verder praten over jouw operatie?

Een logistiek of operationeel vraagstuk? OctaFlow denkt graag met je mee. Geen gedoe, gewoon een goed gesprek.