Vrijwel iedere logistieke organisatie kent ze. Problemen die eigenlijk allang opgelost hadden moeten zijn, maar toch steeds opnieuw terugkeren. Een beschadigde stelling op dezelfde locatie. Vertragingen die iedere week rond hetzelfde tijdstip ontstaan. Terugkerende fouten in orders. Discussies tussen afdelingen over dezelfde onderwerpen. Of een proces dat voortdurend moet worden gecorrigeerd om de operatie draaiende te houden.

Terugkerende problemen in een warehouse zijn issues die steeds opnieuw ontstaan ondanks herhaalde oplossingen, en wijzen vrijwel altijd op een onderliggende, structurele oorzaak die nog niet is aangepakt.

Wat mij daarbij opvalt, is dat deze problemen vaak niet worden genegeerd. Integendeel: er wordt meestal hard gewerkt om ze op te lossen. Medewerkers springen bij, planners schuiven met werkzaamheden, leidinggevenden nemen besluiten en ervaren collega's bedenken praktische oplossingen. De operatie blijft draaien en de klant merkt er vaak weinig van. Juist daarin schuilt het gevaar.

Goed in oplossen, blind voor de oorzaak

Veel warehouses worden namelijk ontzettend goed in het oplossen van problemen, zo goed zelfs dat er steeds minder aandacht ontstaat voor de vraag waarom die problemen eigenlijk blijven terugkomen. Wanneer een order te laat dreigt te vertrekken, wordt er geschakeld. Wanneer een vrachtwagen onverwacht arriveert, wordt er ruimte gemaakt. Wanneer een proces vastloopt, weet iemand meestal wel een manier om het alsnog geregeld te krijgen. Op de korte termijn is dat waardevol, zonder die flexibiliteit zou een groot deel van de logistieke wereld simpelweg niet functioneren.

Maar wanneer dezelfde verstoring iedere week terugkomt, is het de vraag of er nog sprake is van een incident. In veel gevallen is het dan onderdeel geworden van het proces, net zoals tijdelijke oplossingen zelden tijdelijk blijven.

Wanneer wordt een incident een patroon?

Het lastige is dat een terugkerend probleem zich zelden aandient als groot alarm. Het voelt eerder als een reeks losse, verklaarbare momenten, tot je ze naast elkaar legt. Deze signalen wijzen erop dat een probleem niet langer incidenteel is:

Tekenen dat een probleem structureel is geworden:

  • dezelfde verstoring keert wekelijks of maandelijks terug
  • iedereen op de werkvloer kent het probleem al voordat het zich voordoet
  • er bestaat een vaste, informele "workaround" om ermee om te gaan
  • niemand kan meer zeggen wanneer het voor het eerst is ontstaan
  • de oplossing wordt iedere keer opnieuw uitgevoerd, nooit structureel doorgevoerd
  • het probleem staat nergens genoteerd, het leeft alleen in de hoofden van medewerkers

Iedereen kent het probleem al

Dat zie ik regelmatig terug tijdens gesprekken op de werkvloer. Mensen weten vaak precies welke problemen er gaan ontstaan voordat ze daadwerkelijk gebeuren. Ze weten welke leverancier regelmatig vertraging veroorzaakt, welke werkzaamheden iedere maandag voor opstoppingen zorgen en welke processen extra aandacht nodig hebben om goed te blijven lopen. Medewerkers weten vaak eerder wat er misgaat dan het management.

Het bijzondere is dat deze kennis vaak breed aanwezig is binnen de organisatie. Iedereen kent het probleem, iedereen weet hoe ermee omgegaan moet worden, en juist daardoor verdwijnt de urgentie om de onderliggende oorzaak aan te pakken. Het probleem voelt beheersbaar, totdat je er kritisch naar gaat kijken. Want iedere terugkerende verstoring kost tijd, aandacht en capaciteit. Misschien niet zichtbaar op één dag, maar wel op jaarbasis: medewerkers besteden tijd aan het corrigeren van fouten, leidinggevenden zijn bezig met het oplossen van uitzonderingen, planners passen schema's aan, en ondertussen ontstaat het gevoel dat de werkdruk steeds verder toeneemt.

De oorzaak zit zelden waar het probleem zichtbaar wordt

Wat daarbij interessant is, is dat de oorzaak vaak niet zit op de plek waar het probleem zichtbaar wordt. Een fout bij expeditie kan zijn oorsprong hebben bij goederenontvangst. Een beschadiging aan een stelling kan worden veroorzaakt door een onlogische rijroute. Een tekort aan capaciteit kan het gevolg zijn van een planningskeuze die uren eerder is gemaakt. Daardoor wordt vaak gewerkt aan het bestrijden van symptomen, terwijl de werkelijke oorzaak buiten beeld blijft.

Juist daarom begint structurele verbetering meestal niet met de vraag hoe een probleem opgelost moet worden, maar waarom het überhaupt ontstaat. Die vraag wordt verrassend weinig gesteld, niet omdat organisaties het niet belangrijk vinden, maar omdat de dagelijkse operatie aandacht vraagt. Wanneer een probleem vandaag moet worden opgelost, voelt het vaak logischer om direct in actie te komen dan om tijd vrij te maken voor een diepere analyse. Toch liggen daar vaak de grootste verbeterkansen.

Van symptoom naar oorzaak: een praktische aanpak

Onderzoeken waarom een probleem terugkomt hoeft geen groot project te zijn. In de praktijk werkt een eenvoudige, herhaalbare volgorde het best:

  1. Registreer het probleem los van de oplossing. Noteer wanneer een verstoring optreedt, ook als hij die dag alweer is opgelost. Zonder registratie blijft een patroon onzichtbaar.
  2. Zoek naar herhaling, niet naar incidenten. Eén melding zegt weinig. Dezelfde melding die drie keer in een maand terugkomt, vertelt een ander verhaal.
  3. Volg het probleem terug naar het beginpunt. Vraag bij ieder symptoom door naar wat eraan voorafging, vaak ligt de bron een of meer stappen eerder in het proces.
  4. Betrek de mensen die het probleem al kennen. Zij weten meestal al waar het misgaat, alleen is die kennis nooit formeel vastgelegd of doorgezet naar een structurele oplossing.
  5. Los de oorzaak op, niet alleen het symptoom. Dat kost vaak meer tijd dan de snelle correctie van vandaag, maar voorkomt dat dezelfde verstoring volgende maand terugkomt.

De sterkste operaties die ik tegenkom zijn namelijk niet per se de operaties met de minste problemen, elke organisatie heeft verstoringen, onverwachte situaties en uitdagingen. Het verschil zit in de manier waarop ermee wordt omgegaan: sommige organisaties lossen problemen op, andere organisaties onderzoeken waarom die problemen blijven ontstaan. Dat lijkt een klein verschil, maar in de praktijk bepaalt het vaak of een probleem volgende week opnieuw opduikt. Een probleem dat één keer voorkomt is vervelend. Een probleem dat iedere week terugkomt, is meestal geen incident meer, het is een proces dat vraagt om aandacht.

Veelgestelde vragen

Waarom komen dezelfde problemen in het warehouse steeds terug?

Meestal omdat het symptoom wordt opgelost, terwijl de werkelijke oorzaak buiten beeld blijft. Veel warehouses worden zo goed in het oplossen van verstoringen dat de vraag waarom een probleem blijft ontstaan nauwelijks nog wordt gesteld. Daardoor duikt hetzelfde probleem de week erna gewoon weer op.

Wanneer is een verstoring in het warehouse geen incident meer?

Een probleem dat iedere week terugkomt, is meestal geen incident meer, maar een vast onderdeel van het proces geworden. Het voelt vaak beheersbaar omdat iedereen weet hoe ermee omgegaan moet worden. Toch kost iedere terugkerende verstoring tijd, aandacht en capaciteit, en op jaarbasis telt dat flink op.

Hoe pak je terugkerende problemen in het magazijn structureel aan?

Door niet te beginnen met de vraag hoe je het probleem oplost, maar waarom het überhaupt ontstaat. De oorzaak zit zelden op de plek waar het probleem zichtbaar wordt: een fout bij expeditie kan bijvoorbeeld zijn oorsprong hebben bij goederenontvangst. Wie die onderliggende oorzaak vindt, voorkomt dat hetzelfde probleem volgende week opnieuw opduikt.

Over de auteur

Sjef Kerkvliet

Sjef Kerkvliet is oprichter van OctaFlow en heeft meer dan 15 jaar ervaring binnen intralogistiek, warehouse optimalisatie en intern transport. Vanuit zijn praktijkervaring helpt hij organisaties bij vraagstukken rondom goederenstromen, procesverbetering, magazijninrichting, automatisering en operationele efficiëntie.

Verder praten over jouw operatie?

Een logistiek of operationeel vraagstuk? OctaFlow denkt graag met je mee. Geen gedoe, gewoon een goed gesprek.